VOER HIER UW SLOGAN IN

Uit het blijf van mijn lijf huis blijven

 

giphy2

Een jonge moeder met twee kinderen doet een beroep op De Noodkreet nadat ze haar eigen huis heeft verlaten n.a.v. huiselijk geweld. Volgens de moeder kreeg ze van de jeugdbescherming de keus: naar een blijf-van-mijn-lijf-huis met haar kinderen, of in haar eigen woning blijven, maar dan zouden haar beide kinderen uit huis geplaatst worden.

De moeder gaf aan een hoge druk op haar gezin te voelen. Een lang traject binnen de vrouwenopvang wilde ze niet meer, gezien haar eerdere ervaringen binnen zo’n traject. Desgevraagd gaf moeder aan binnen die eerdere opvang allerlei diagnoses aangemeten te hebben gekregen waar ze tot op heden nog last van had. Moeder vertelde geen enkele problemen van psychische aard te ervaren.
De onenigheid tussen moeder en de jeugdhulpverlening was ondertussen opgelopen tot een onvriendelijk conflict.
Het stabiliseren van deze situatie, opdat het niet verder uit de hand zou lopen, had voor De Noodkreet de prioriteit. Kinderen scheiden van het gezin, omdat de volwassenen onenigheid hebben over hoe welke hulpverlening vormgegeven moet worden, is voor alle betrokkenen een ramp.
Met moeder en de hulpverlening is gekeken naar alternatieven. Bemiddeling heeft opgeleverd dat moeder buiten de reguliere opvang een onderkomen mocht zoeken, hetgeen binnen het netwerk van De Noodkreet gerealiseerd kon worden. Ook werd binnen het tijdspad van haar tijdelijke verblijf een psychodiagnostisch onderzoek afgenomen bij een onafhankelijke psycholoog. Hieruit bleek dat moeder, anders dan de logische problemen waar ze momenteel mee te kampen had (geen eigen huis, stress door zorgen over de toekomst), geen persoonlijkheidsproblematiek had. Na een gesprek met de gemeente waar moeder tijdelijk haar onderkomen had, werd er een oplossing gezocht om het gezin permanent onder te brengen in de gemeente.


anoniem

Erkend, maar geen gezag?

 

Cosas que le debes decir un padre a su hija 18

Ik vroeg om ondersteuning in gesprekken met de jeugdhulpverlening omdat ik slechts minimaal contact heeft met mijn dochtertje. Ik heb geen gezag omdat ik nooit getrouwd ben geweest. Ik was er  vanuit was gegaan dat ik bij het erkennen van mijn dochter automatisch ook het gezag zou krijgen.


Toen de kinderrechter een OTS (ondertoezichtstelling) uitsprak vanwege het niet communiceren tussen mij en mijn ex-partner, had ik  de hoop dat er naar mij geluisterd zou worden. Ik had een klacht bij De Noodkreet neergelged omdat ik niet betrokken werd in het hulpverleningstraject omdat ik geen gezag had.
De jeugdhulpverlening is door De Noodkreet op de rechten en plichten van vader gewezen. Het feit dat ik als vader geen gezag had, ontslaat de GI niet van de plicht de juridische mij te informeren en consulteren bij beslissingen en hulpverlening.
Momenteel word ik wel betrokken wordt bij de plannen van aanpak en dat er door de jeugdbescherming nu gekeken wordt naar hoe de omgangsregeling vormgegeven dient te worden.


Carlos S. Ex client van stichting De Noodkreet

 

Niet meewerken? Dan ontheffen uit de ouderlijke macht

 

 

spencerjpg ea3b7e2a1b6a8df6

Wij vroegen de hulp van De Noodkreet  voor onze  zoon. Hij verblijft met een machtiging uithuisplaatsing in een instantie voor jongeren met een verstandelijke beperking. Hij was daar echter doodongelukkig en destijds  twijfelden wij of hij daar wel op de beste plaats zit.

Omdat de gedragsproblemen van onze zoon niet afnamen gedurende de plaatsing binnen de instelling, en hij  dreigde met weglopen, wilde de jeugdbescherming hem overplaatsen naar een instelling voor gesloten jeugdzorg. De reden? wij en onze  zoon werkten niet mee met de hulpverlening, daarbij kwam het argument dat wij geen emotionele toestemming aan hun zoon zouden geven om binnen de instelling te verblijven.
Vanwege het hoog opgelopen conflict was de jeugdhulpverlening voornemens een onderzoek tot ontheffen uit de ouderlijke macht aan te vragen.


Omdat wij  aangaven dat hun zoon zelf het meeste behoefte had aan een vertrouwenspersoon/cliëntondersteuner, zijn er een aantal gesprekken met hem gevoerd binnen de instantie. Volgens onze zoon zat het grootste probleem in de grote wisseling/verloop in personeel binnen de instantie. Met wisselende groepsleiding kwamen veel wisselende regels of interpretatie van de regels. Uit het dossier en eerder onderzoek bleek juist dat de jongen gebaat zou zijn bij zeer duidelijke structuur en duidelijke begrenzing.
Omdat er geen goed contact was tussen de jeugdhulpverlening en ons gezin, was er een groot gebrek aan vertrouwen en een meningsverschil over het te bewandelen pad. Onze wens was dat onze zoon weer thuis kwam wonen, maar vanwege de zorg voor onze andere kinderen bleken wij niet in staat om de zorg en de structuur te bieden die hij nodig had.
Omdat een gesloten jeugdzorgplaatsing vermoedelijk de problemen eerder groter zou maken dan kleiner, is met de jeugdhulpverlening bemiddeld om te komen tot een alternatief. Dat alternatief werd uiteindelijk gevonden na een familieberaad. Mijn broer en zijn vrouw bleken onze zoon graag te willen opvangen om zo de juiste structuur te gaan bieden. 
Ondertussen is de situatie stabiel. Onze zoon verblijft bij zijn oom en tante, volgt onderwijs in hetzelfde dorp en maakt daar goede vorderingen. De jeugdhulpverlening heeft bij ons aangegeven de aflopende ondertoezichtstelling niet te gaan verlengen wanneer het zo blijft lopen.


Stefan en Mireille Bunders, ex clienten van De Noodkreet

 

 


Na dossierstudie concludeerde De Noodkreet dat het gedrag van de kinderen paste binnen de omschrijving van gedragsstoornissen. Ook bleken deze signalen al eerder te zijn gezien door een speltherapeut en een leraar van school. Na twee gesprekken met de jeugdhulpverlening was ook de gecertificeerde instelling (GI) overtuigd van deze mogelijkheid en werd bij alle drie mijn kinderen een onderzoek afgenomen. Naar aanleiding van dat onderzoek werd uiteindelijk specialistische hulp ingezet. Er werd ook gekeken naar de communicatie tussen mij en mijn ex-man. In het belang van de kinderen wordt er tussen ons nu gecommuniceerd over hoe met de behandeling van onze kinderen om te gaan en hoe hierover met elkaar te communiceren. Hierna was er geen sprake meer van onenigheid rondom het te volgen pad tussen ons als ouders onderling en tussen mij  en de hulpverlening. De ondertoezichtstelling (OTS) werd na deze koerswijziging niet verlengd.