VOER HIER UW SLOGAN IN

RESULTATEN 2016

 

In 2016 deden 306 ouders een beroep op Ouders en Jeugdzorg. Daarvan werden 202 onafhankelijke ondersteuningstrajecten uitgevoerd door onze medewerkers, 104 aanvragen konden binnen één of enkele contacten (kortdurende contacten) geholpen worden of waren woonachtig buiten ons werkgebied (in die gevallen volgt een doorverwijzing).

Van de 202 uitgevoerde ondersteuningstrajecten werden er in 2016 156 afgerond, de overige trajecten lopen door na 1 januari 2017. In 121 van 156 casussen werden hulpvragen beantwoord of ouders dusdanig begeleid dat het conflict niet in stand bleef, samenwerking met hulpverleners weer werkbaar werd en/of er berusting in de maatregel kwam. Met deze resultaten heeft Ouders en Jeugdzorg in 2016 een succespercentage van 77%.

Ruim tweederde van de aanmeldingen bestond uit conflicten tussen ouders en Jeugdbescherming Brabant (JBB, voorheen Bureau Jeugdzorg), in 20% van de gevallen gaat het om conflicten met de William Schrikker Groep. Een kleiner aandeel betrof conflicten met Veilig Thuis of generalisten van een lokaal wijkteam (voorliggend / preventief kader). In 2016 zijn er geen conflicten geregistreerd met jeugdbeschermers van het Leger des Heils of Nidos. Ook zijn er geen klachten gemeld over de jeugdreclassering, hetgeen overeenkomt met de cijfers van voorgaande jaren.

In 2016 zijn er 32 uit huis geplaatste kinderen met ondersteuning van Ouders en Jeugdzorg terug thuis geplaatst. Er zijn 41 ondertoezichtstellingen beëindigd. In 36 gezinnen vonden ouders met onze ondersteuning berusting in de maatregel.

83 kinderen hebben meer omgang gekregen met hun ouders. Er zijn zelfs 9 kinderen die één van de ouders lang niet gezien hadden en nu weer contact hebben. In 8 gezinnen heeft Ouders en Jeugdzorg ervoor gezorgd dat alle problemen binnen het gezin structureel werden aangepakt, door de betrokken of verantwoordelijke instanties te wijzen op de oorzaken en de gevolgen van hun gevoerde beleid. Wat hierbij opvalt is dat we in voorgaande jaren hierop veel vaker moesten acteren. Sinds de invoering van de transitie en de generalisten/wijkteams worden deze taken door Ouders en Jeugdzorg minder uitgevoerd. We kunnen concluderen dat door deze aanpak in elk geval een groot percentage van de gezinnen de juiste zorg heeft gekregen. Daar zijn wij blij mee. Toch valt op dat voornamelijk casussen die via een civiele procedure (bijv. echtscheidingszaak via rechter) op een maatregel als een ondertoezichtstelling uitkomen, nog te weinig of zelfs helemaal niet in beeld zijn bij de wijkteams. In deze gevallen zorgt de nieuwe werkwijze wel voor snellere inzet in die gezinnen die door onze ondersteuners bij het wijkteam worden aangemeld. Dit levert ons tijdswinst op die weer voor de fysieke ondersteuning ingezet kan worden.

 

In 2016 heeft de inzet en/of bemiddeling bij 43 gezinnen geleid tot het invullen van ontbrekende zorg of anderzijds tot het aanpassen van verkeerde zorg. In 19 gevallen is een onderzoek geïnitieerd omdat de juiste hulpverlening niet van de grond kwam.